Beoordeling ondervloeren

Een steenachtige ondervloer moet aan de volgende eisen voldoen:

  • Blijvend droog
  • Vlak
  • Vast (sterkte/vastheid)
  • Heel (scheurvorming)
  • Schoon

 

In de onderstaande paragrafen worden de eisen toegelicht.

Blijvend droog

Een hoog vochtpercentage in de ondervloer kan ontstaan door:

  • Optrekkend vocht uit de kruipruimte of ondergrond
  • Materiaalvocht

 

Optrekkend vocht

Optrekkend vocht kan worden tegengegaan door een isolatie aan te brengen aan de onderkant van de vloer, bijvoorbeeld in de kruipruimte. U kunt er voor kiezen om deze laag zelf aan te brengen, of door deze isolatielaag te laten aanbrengen door een bedrijf dat gespecialiseerd is in het aanbrengen van deze isolatielaag.

 

Materiaalvocht

Voor het aanbrengen van de vloer is het van belang dat eerst het vochtpercentage wordt gecontroleerd. Materiaalvocht verdampt namelijk langzaam en bovendien droogt de vloer niet gelijkmatig. Het vochtpercentage mag bij een zandcement dekvloer maximaal 2 procent bedragen. Bij een anhydrietvloer ligt dit percentage lager, namelijk een percentage van maximaal 0,5 procent. Het percentage bij een anhydrietvloer ligt lager, omdat de eisen omtrent de vochtgevoeligheid hoger liggen bij de anhydrietvloer.

Bij vloeren met een cv-leiding of vloerverwarming mag het vochtpercentage niet hoger zijn dan 1,8 en 0,3 procent. Mocht het percentage hoger zijn, dan moet u de vloer eerst laten drongen. Dit kunt u doen door de ramen en deuren gesloten te houden, maar de temperatuur in de ruimte te brengen naar 20-23 graden en enkele keren op een dag de ramen en deuren een half uur open zetten.

 

U kunt het vochtpercentage meten met een vochtmeter. De drie meest gebruikte vochtmeters zijn de oppervlaktemeter, elektronische vochtmeter en chemische vochtmeter.

Een oppervlaktemeter meet het vochtpercentage aan het oppervlak, waardoor het apparaat het vochtpercentage niet nauwkeurig meet. De elektronische vochtmeter meet daarentegen nauwkeuriger het vochtpercentage. Het principe van de elektronische vochtmeter berust op het meten van de elektrische weerstand van de afwerkvloer of het beton. Bij het gebruik van een elektronische vochtmeter worden twee nagels een centimeter de vloer in geslagen. Deze nagels staan ongeveer 10 centimeter van elkaar af. Door middel van een draad en klemmen worden de nagels verbonden aan een meetapparaat. Het scherm op het apparaat geeft vervolgens aan welk vochtpercentage er gemeten wordt, maar ook deze waarden zijn niet 100 procent nauwkeuring aangezien het vochtigheidspercentage maar één centimeter diep wordt gemeten. Wel geeft de elektronische meter een goede indruk van de mogelijke aanwezigheid van restvocht.

 

De Carbid Meter is een chemische vochtmeter. Het apparaat meet het vochtpercentage nauwkeurig. De meting via een Carbid Meter kost iets meer tijd dan andere vochtmeters, dit komt omdat het ondergrondmateriaal eerst moet worden losgemaakt met een hamer en een beitel. Een Carbid Meter meting is een nauwkeurig werkje. Het is belangrijk dat de materialen goed schoon en droog zijn. Controleer tevens de sluitring van de fles.

Gebruiksaanwijzing Carbid Meter

  1. Kap op één plaats in een zandcement dekvloer een gat tot op het beton met een doorsnede van vijf centimeter. Neem materiaal uit het midden en onderste deel van de vloer. Zorg dat het eventuele folie niet wordt beschadigd.
  2. Vergruis het uitgehakte cement met de hamer. Het is van belang dat je niet met de handen aan het gruis komt vanwege het vocht.
  3. Weeg op het weegschaaltje twintig gram van de zandcement dekvloer af en bij anhydriet vijftig gram. Giet dit in de Carbid Meter-fles.
  4. Voeg de vier stalen kogels en het buisje met het kaliumcarbid toe.
  5. Sluit de fles met de manometer.
  6. Schud de fles voor vijf minuten.
  7. Wacht tien à vijftien minuten tot de wijzer van de manometer geen drukverhoging meer aangeeft. Tussendoor de Carbid Meter-fles schudden.
  8. Lees de druk af en bepaal uw vochtpercentage.

 

Voor het beste resultaat moet u de Carbid Meter meting uitvoeren op meerdere plaatsen. Het neemt echter veel tijd in, maar u krijgt het beste resultaat. U kunt ook een elektronische vochtmeter gebruiken om het vochtpercentage te meten op verschillende plaatsen. U kunt de elektronische vochtmeter een meting laten uitvoeren op dezelfde locatie als de Carbid Meter. Door zowel de elektronische vochtmeter en de Carbid Meter te gebruiken, weet u zeker dat het juiste vochtpercentage wordt gemeten. Het is ook raadzaam om het vochtpercentage te meten onderaan de wanden.

Vlakke vloer

Voor de parketbranche geldt een vlaktetolerantie van maximaal twee millimeter op één meter. De vlakheid is te meten door met een stalen rei van één meter lengte de vloer te controleren. Een rei is een stalen balk van één meter die absoluut recht is. Geef op de vloer met krijt aan waar het hoogteverschil groter is dan twee millimeter. Het juiste niveauverschil kan worden gemeten door een keg onder de rei te schuiven. Als het niveauverschil te groot is, moet de vloer opnieuw worden geëgaliseerd.

Vaste vloer

De sterkte en vastheid van de vloer kan worden gecontroleerd met een slagproef of een krasproef. Bij de slagproef wordt met een hamer van 500 gram schuin op de zandcement dekvloer. Normaal gesproken springt er dan een klein stukje van de vloer af. Brokkelt er te veel van af, dan is de vloer niet goed. Bij een anhydrietvloer kunnen er bij de slagproef deuken in de vloer komen. In dat geval is de vloer te zacht om er parket of laminaat op te leggen.

 

De krasproef wordt uitgevoerd met de GitterRitz. Dit is een stalen pijp met een instelbare veer en een kras-pen. Je kunt de krasproef eventueel ook met een andere voorwerpen uitvoeren, bijvoorbeeld met een spijker of een sleutel. Met de GitterRitz kras je vierkantjes in de vloer. De kraslijntjes moeten scherp zijn. Na het vegen moeten er openstaande kantjes blijven staan. Mocht de vloer niet voldoende vast zijn, dan kan een voorstrijkmiddel worden gebruikt.

Hele vloer

Een goede ondervloer bevat geen scheuren. Scheurvorming is zichtbaar met het blote oog. Er bestaan drie soorten scheuren: krimp-, bouwconstructieve- en sterscheuren. Een vloer met bouwcontructieve scheuren heeft scheuren in de vloer die met opzet zijn geplaatst.

Door wind bewegen gebouwen. Voor die beweging moet voldoende ruimte zijn. Die ruimte zit in speciale scheuren, die dilatatievoegen of bewegingsvoegen heten. Deze scheuren mag je nooit zomaar dichtstorten.

 

Een krimpscheur kan ontstaan in een zandcement dekvloer. Bij bestaande gebouwen gaat het vaak om ‘uitgewerkte’ krimpscheuren. Vaak is die scheur al lang uitgewerkt en verandert hij niet meer. Dit kan eenvoudig worden getest door een klein gipslaagje op de scheur aan te brengen. Kijk de volgende dag of het laagje is gescheurd. Mocht het laagje gescheurd zijn, dan werkt de scheur nog. In nieuwbouwhuizen zijn krimpscheuren vaak beginnende scheuren.

 

Naar krimpscheuren en bouwconstructie scheuren kunnen ook sterscheuren voorkomen. Deze scheuren wijzen voornamelijk op grote losliggende stukken.

Schone vloer

Het is van belang dat de ondervloer schoon is voordat er een andere vloer op wordt aangebracht. Er mogen bijvoorbeeld geen lijm- en stucresten op de vloer zitten. Het gevolg kan zijn dat er anders hechtingsproblemen ontstaan met betrekking tot het verlijmen van de vloer.

IMG_8231