Geplaatst op: 25 juli 2019

Hoe omgaan met Parketlijm

  • Meet altijd de vochtigheid van de ondervloer. Gebruik hiervoor bij voorkeur geen oppervlaktemeter, maar een elektronische vochtmeter (op 1 cm diepte).
  • De maximale restvochtigheid van een zandcement is 2%. De maximale restvochtigheid van een anhydrietvloer is 0,5%.
  • Gebruik bij een te hoge restvochtigheid een vochtscherm of een vochtschermlijm (Breng Wakol PU-280 twee keer aan als je gebruikmaakt van een vochtscherm). Bij anhydriet heb je geen vochtscherm nodig. Een primer voldoet dan.
  • Laat het parket en de lijm 48 uur acclimatiseren in de ruimte waar de vloer moet worden gelegd. Als het parket afkomstig is uit een goed geacclimatiseerd magazijn is bij duo- en meerlaagsparket geen acclimatisatie nodig.
  • Meet altijd de r.v. voordat je begint. Een luchtvochtigheid tussen de 55% en 65% is ideaal.
  • Als de r.v. minder dan 45% is, moet je er rekening mee houden dat je de dipersielijm kort openlaat. Let ook op de vertraagde uitharding van de MS-polymeerlijmen en 1K PU-lijm.
  • Als de r.v. meer dan 70% bedraagt, moet je rekening houden met condensvorming en een vertraagde droging van de dispersielijm en de MS-polymeerlijm.
  • Meet altijd de temperatuur voordat je begint. Een temperatuur tussen de 18 graden en 21 graden Celsius is ideaal. Bij een temperatuur boven de 25 graden moet je erop letten dat de dispersielijm slechts kort open kan worden gehouden. Bij een temperatuur onder de 15 graden Celsius moet je letten op condensvorming en trage droging.
  • Vertel de consument dat bij vochtig weer in de winter stoken noodzakelijk is (de verwarming moet werken).
  • Stofzuig altijd voor het lijmen. Anders hecht de vloer niet.

Productkeuze

  • Kies de juiste lijm voor de juiste toepassing. Vraag advies aan de leverancier.
  • Alle oplosmiddelbare lijmen zijn blijvend flexibel en kunnen de werking van het parket enigszins opvangen. Dit onderscheidt ze van de oude alcoholische lijmen.
  • Enkel (ruwe) richtlijnen voor de productkeuze zijn.
  • Gebruik watergedragen dispersies voor smalle stroken, niet-massief, niet-vochtgevoelig hout en dito tussenvloeren (bijvoorbeeld spaanplaat)
  • Gebruik PU-lijm (1K of 2K) of MS-polymeerlijm voor massief hout en brede stroken, systeemvloeren en duovloeren.
  • Gebruik PU-lijm of MS-polymeerlijm voor anhydrietvloeren.
  • Gebruik MS-polymeerlijm voor anhydrietvloeren en zandcementvloeren met een hoge restvochtigheid (tot 4%).
  • Als je een voorgelakte vloer legt en gebruikmaakt van een vochtscherm, kun je geen dispersielijmen, 1K PU-lijmen en MS-polymeerlijmen gebruiken. (Je kunt wel 2K-lijmen gebruiken.)
  • Als je dispersielijmen gebruikt op een anhydrietondervloer, moet je de vloer eerst schuren, dan stofzuigen en vervolgend voorstrijken (primer).

Verwerking

  • Gebruik een grove lijmkam (bijvoorbeeld B5) als je PU- of MS-polymeerlijmen direct op de ondervloer aanbrengt.
  • Gebruik een fijnere lijmkam voor het lijmen op een tussenvloer.
  • Gebruik roestvrijstalen lijmkammen voor de dispersielijm.
  • Bij 2K PU-lijm:
  • Houd strikt de geadviseerde mengverhouding aan.
  • Bij gecombineerde verpakkingen: steek de verpakking van de verharder goed door en laat deze volledig uitdruipen in de hoofdcomponeten.
  • Meng zorgvuldig: Meng met behulp van een mixer op een boortol, minimaal 5 minuten in rustig tempo.

Afwerking vloer

  • Wacht bij dipersielijmen minimaal 24 uur voordat je begint met schuren en voegen. Houd de aanbeveling van de leverancier strikt aan. Let op de verlengde droogtijden bij bijvoorbeeld vochtig weer.
  • Gebruik handschoenen als je PU-lijmen gebruikt. Dit geldt vooral voor 2K PU-lijmen.

Bevestiging plinten

Bevestiging plinten bij voorkeur mechanisch met spijkers, plintnagels, of een combinatie van boren, pluggen en schroeven. Eventueel kun je MS-polymeerlijm of andere lijm gebruiken om de plinten aan de wand te bevestigen. Ondersteun de lijmverbinding dan enkele minuten.

Voegenkit voor parket (oplosmiddelarme producten)

  • Wacht na het gebruik van watergedragen lijm met voegen tot het extra vocht uit het hout is verdampt (minimaal 24 uur).
  • Stofzuig de vloer grondig voor je de voegenkit aanbrengt. Op deze manier verbeter je de hechting van de vloer. Het is aan te raden om de vloer voor te kitten voor je deze schuurt.
  • Ventileer en stook goed. Anders heeft de watergedragen voegenkit soms zeer lange droogtijden. De temperatuur moet bij voorkeur hoger zijn dan 18 graden Celsius. De r.v. moet bij voorkeur minder dan 65% zijn.
  • Bij kleine spijkergaatjes en smalle voegen in visgraatparket kan vaak al na 30 tot 60 minuten worden doorgewerkt. Bij iets grotere voegen kun je vaak nog dezelfde dag doorwerken.
  • Onderschat de droogtijden bij grote voegen en knoesten niet (minimaal een dag). Er zijn voegenkitten waarvan de droogtijd 3 uur bedraagt.
  • Volg de gebruiksaanwijzingen met betrekking tot de droogtijden op.
  • Gebruik parket waarin de grote knoesten al in de fabriek zijn gestopt.
  • Gebruik voor zeer grote knoesten een 2K-epoxyvulmiddel.
  • Voeg tweemaal in verband met krimp. Duw de kit stevig aan.
  • Voeg niet te weinig schuurstof toe (te veel krimp) maar ook niet te veel (kans op onthechting tijdens de laatste schuurgang).
  • Gebruik fijn houtstof. Schuur met korrel 120. Dit voorkomt (deels) krimp en onthechting.
  • Het afwisselen van lijmen en voegen kan de wachttijden verkorten. Ook kan tijdens het drogen bijvoorbeeld een randafwerking worden gemaakt.
  • Bij het gebruik van vocht hardende PU-lakken (1K) moet je eerst de voegenkit volledig laten uitharden.