Geplaatst op: 25 juli 2019

Vloer met vloerverwarming

De verschillende soorten vloerverwarming zijn onder te verdelen in de volgende twee categorieën:

  • Elektrische vloerverwarming 220 volt of 24 volt;
  • Vloerverwarming met water.

Bij vloerverwarming op basis van warm water is een raamwerk van verwarmingsbuizen in de ondervloer aangelegd. Als onderdeel van de centrale verwarming kan dit netwerk de vloer verwarmen.

Elektrische vloerverwarming kan op twee manieren worden aangelegd:

  • In de ondervloer worden draden met een netspanning van 220 V gelegd.
  • In de ondervloer worden warmtefolies met een spanning van ongeveer 24 volt geplaatst.

Vloerverwarming kan als hoofdverwarming of als bijverwarming worden gebruikt. Als de vloerverwarming als hoofdverwarming is bedoeld, dan worden meer strekkende meters verwarmingsbuis in de vloer aangebracht dan bij de vloerverwarming als bijverwarming.

Laminaat, systeem (drie lagen) en duoplanken (twee lagen)

Laminaat, lamel- en duovloeren zijn eenvoudig te combineren met vloerverwarming op basis van warm water. Op deze manier wordt een gelijkmatige opname en afgifte van warmte bereikt. Bij deze vloer wordt dan ook geadviseerd om uitsluitend gebruik te maken van vloerverwarming op basis van warm water. Hierbij dienen de onderstaande regels in acht te worden genomen.

  • De vloerdikte boven leidingen moet bij gelijmd parket minimaal 3 cm bedragen en bij een zwevende parketvloer minimaal 4,5 cm.
  • De afwerkvloer dient vlak en trekvast te zijn.
  • De vloerleidingen dienen gelijkmatig over vloer verdeeld te zijn.
  • De bovenkant van de afwerkvloer mag niet warmer worden 32 graden Celsius.
  • Na de installatie mag de oppervlaktetemperatuur van het parket niet hoger zijn dan 28 graden Celsius. Dit betekend dat de watertemperatuur in de leidingen niet hoger dan 40 graden Celsius mag worden.
  • De temperatuur van het in- en uitgaande water moet worden berekend door een specialist. Zijn advies moet worden opgevolgd.
  • Voordat de parketvloer geïnstalleerd wordt, dient de vloerverwarming ingeschakeld te worden. De dekvloer dient op deze manier geleidelijk opgewarmd te worden. In de optimale situatie wordt de vloerverwarming per dag 5 Celsius hoger gezet tot de maximale temperatuur bereikt is. De maximale temperatuur moet minimaal 72 uur ingeschakeld blijven.
  • 1 á 2 dagen voor de installatie van de vloer dient de vloerverwarming uitgezet te worden. Voor de installatie dient de dekvloer een oppervlaktetemperatuur van 15 tot 20 graden Celsius te hebben.
  • Na de installatie van de vloer dient de vloerverwarming opnieuw per dag 5 graden Celsius hoger gezet te worden, tot de maximale temperatuur bereikt is.
  • Als de vloerverwarming wordt uitgeschakeld, dient deze per dag 5 graden Celsius lager te worden gezet.
  • De leginstructie en de voorschriften van de specialist moeten worden nageleefd.
  • Op grond van de natuurlijke eigenschappen van hout en de klimatologische omstandigheden in de ruimte is het niet uitgesloten dat de vloer gaat krimpen of zwelnaden gaat vertonen.

Warmteweerstand

Om een goede warmteafgifte van de vloerverwarming en een comfortabele vloertemperatuur mogelijk te maken, is het van belang om bij de berekening van de vloerverwarming capaciteiten rekening te houden met de warmteweerstanden van de ondervloer. Bij de berekening van de vloerverwarming capaciteiten kunnen de onderstaande waarden als indicatie gelden:

Ondervloer                    RM-waarde (m2. K.W.-1)

Isopete                                0,15

Redupax                             0,15

Redupax+                           0,11

Heatfolie                             0,014

SoundEX                             0,21

Parapax                               0,25

Depron 3 mm                    0,09

Depron 6 mm                    0,17

Termopete 3 mm            0,065

Alupete 2 mm                   0,043

Alupete 3 mm                   0,065

Alupete 5 mm                   0,108

Elastilon                               0,034

Lamelparket                      0,12

Laminaat                             0,04

Massief 14 mm                 0,09

Massief 22 mm                 0,14

Kurk                                      0,11

Algemene regels voor de parketteur bij vloerverwarming

  • Voordat de vloerverwarming wordt opgestart, dient de zandcementafwerkvloer minimaal 42 dagen oud te zijn. Op de eerste stook dag wordt de temperatuur 20 graden Celsius ingesteld. Vervolgens wordt deze met 5 dagen Celsius per dag verhoogd.
  • De instroomtemperatuur van het water mag niet hoger zijn dan 45 graden Celsius. Deze maximale temperatuur dient minstens 24 uur per centimeter vloerdikte te worden aangehouden.
  • Het afbouwen van de watertemperatuur dient eveneens met 5 graden Celsius per 24 uur te gebeuren, tot een watertemperatuur van 20 graden Celsius is bereikt.
  • De gehele opstookprocedure neemt 20 dagen in beslag. Tijdens deze periode moet de ruimte goed worden geventileerd om vocht te laten ontsnappen. Na afloop van deze procedure moet de cementdekvloer worden gecontroleerd op restvocht. Een zandcementdekvloer mag niet meer dan 1,8% vocht bevatten. Bij een anhydrietvloer is dat 0,3%.

Parketvloeren in combinatie met vochtige ruimtes

Houten vloeren kunnen in vochtige ruimtes worden geplaatst, mits uitsluitend onbehandelde massieve planken worden gebruikt. Bij de plaatsing van een parketvloer in een vochtige ruimte, moet je rekening houden met het volgende:

  • Voor de installatie van de massieve vloer moeten de planken aan boven-, onder- en zijkant in de lak worden gezet.
  • Na de installatie van de vloer, moet je deze aan de bovenzijde nog enkele malen aflakken.
  • De naden tussen de vloer en de wand moet je met flexibele transparante kit afdichten.
  • Je moet de leginstructies van een specialist naleven.

Vloerverwarming in combinatie met vaste (verlijmde) parketvloeren

Vaste parketvloeren moeten geplaatst worden op een afwerkvloer van minimaal 3 cm boven de leidingen. De afwerking dient vlak en trekvast te zijn. De bovenkant van de afwerkvloer mag de 32 graden Celsius niet overschrijden. De watertemperatuur in de leidingen ligt rond de 40 graden Celsius, maar mag de 45 graden Celsius niet overschrijden. Concentraties van vloerleidingen zijn niet toegestaan. Als een concentratie toch nodig is, moet een mantelbuis worden aangebracht. Twee weken voordat de parketvloer wordt gelegd, dient de vloerverwarming bedrijfsklaar te zijn. Dit betekent dat de verwarming gedurende ongeveer 14 dagen geleidelijk hoger wordt gezet om de afwerkvloer te laten drogen.

Aanbevelingen

  • Zorg voor een r.v. in de ruimte van minimaal 55% om naadvorming en opstaande kantjes zoveel mogelijk te voorkomen. Enige naadvorming is echter niet uit te sluiten.
  • Gebruik een luchtbevochtiger en een luchtontvochtiger om de r.v. op peil te houden. Dit maakt het leefklimaat van de klant eveneens aantrekkelijk. Om de r.v. te controleren, heeft de parketzaak hygrometer beschikbaar.
  • Zorg ervoor dat de doorstroomwatertemperatuur nooit hoger wordt dan 45 graden Celsius om schade aan het parket zoals vervorming en naden te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat, in combinatie met vloerkoeling, de watertempertuur nooit onder het dauwpunt komt te liggen. Dit kan ernstige schade aan het parket te veroorzaken.
  • Leg op parket met vloerverwarming bij voorkeur geen karpetten.
  • De parketzaak is nimmer aansprakelijk indien de te verwarmen ruimte niet genoeg verwarmd wordt.
  • De parketzaak is nimmer verantwoordelijk als blijkt dat een systeembeveiliging niet naar behoren functioneert. Denk er wel om wel alles vastleggen en handtekening klant omtrent het protocol.
  • Bij vaste verlijming dient de trekkracht van de cementdekvloer ofwel afwerkvloer minimaal 1,2 N per mm2 te bedragen.
  • De ondergrond dient vlak en schoon te zijn.
  • Een vlakheid van maximaal 3 mm onder een rij van 2 meter is toegestaan.
  • Volg het opstookprotocol voor zowel de installateur als de consument nauwkeurig op.
  • De gehele opstookprocedure neemt 20 dagen in beslag.

Tijdens en direct na de legwerkzaamheden

  • De oppervlaktetemperatuur van de zandcementwerkvloer mag niet hoger zijn dan 15 tot 18 graden Celsius. Deze temperatuur moet minimaal 5 dagen na het leggen worden aangehouden.
  • Daarna kan de temperatuur langzaam worden opgevoerd (1 á 2 graden Celsius per dag).
  • Indien je de vloerverwarming in de toekomst hoger of lager wilt zetten, dien je de temperatuur langzaam op te voeren of langzaam te laten dalen (1 á 2 graden Celsius per dag).

Condities tijdens de installatie van de leefvloer

Tijdens de installatie van de vloer moet de omgevingstemperatuur 18 tot 24 graden Celsius zijn. De oppervlaktetemperatuur van de vloer moet 17 tot 20 graden Celsius zijn. De r.v. moet minimaal 55% en maximaal 60% bedragen. De vloerverwarming mag een week na het leggen weer in gebruik genomen worden tot een maximum van 27 graden Celsius, gemeten aan de oppervlakte van de afwerkvloer (anhydriet- of cementdekvloer).

Het opstook- en afkoelprotocol

  • Start met een watertemperatuur die 5 graden Celsius hoger is dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur moet worden afgelezen op de verwarmingsinstallatie.
  • Verhoog de watertemperatuur iedere 24 uur (of langer) met 5 graden Celsius, net zolang tot de maximale watertemperatuur van 40 graden Celsius is bereikt (zie opmerkingen hierover).
  • Verlaag daarna de watertemperatuur iedere 24 uur met 5 graden Celsius, net zolang tot de starttemperatuur weer is bereikt. Steeds vaker komt het voor dat een vloerverwarmingssysteem ook kan koelen. Bij een dergelijk systeem is het van belang (zeker ’s zomers bij hoge temperaturen) dat de afkoelcyclus wordt doorgezet totdat de minimale temperatuur van de verwarmings- en koelunit 15 graden Celsius bedraagt.
  • Wanneer er voldoende tijd beschikbaar is, dient deze cyclus meerdere malen herhaald te worden.
  • Het opstook- en afkoelprotocol moet ook na langdurige stilstand van de vloerverwarming worden gevolgd.

Tabel opstookprotocol

Het opstookprotocol is van toepassing op tweelaagsparket, drielaagsparket, laminaat, tapi en pvc met vloerverwarming en koeling.

Dag 1: Watertemperatuur 20 C                                 Dag 2: 25 C

Dag 3: 30 C                                                                        Dag 4: 35 C

Dag 5: 40 C                                                                        Dag 6: 40 C

Tabel afkoelprotocol

Dag 7: 35 C                                                                        Dag 8: 30 C

Dag 9: 25 C                                                                        Dag 10: 20 C

Opstookprotocol aannemer en installateur

In dit protocol wordt uitgegaan van een vrijdragende en geventileerde constructie. Twee weken voor aanvang van het opstookprotocol dient de vloerverwarming bedrijfsklaar te zijn. Als de afwerkvloer droog is, moet de installateur de vloerverwarming volgens de richtlijnen aanzetten. De dekking op de leidingen dient minimaal 25 mm te bedragen en de toe- en afvoerleidingen dienen gelijkmatig verdeeld te zijn over het vloeroppervlak. De vloerdikte boven de leidingen moet minimaal 3 cm bedragen. De bovenkant van de afwerkvloer mag de 32 graden Celsius niet overschrijden. De vloertemperatuur aan de bovenzijde van het parket mag de 28 graden Celsius niet overschrijden. De watertemperatuur in de leidingen mag de 45 graden Celsius niet overschrijden.

Opstookprotocol consument

De consument moet ervoor zorgen dat de afwerkvloer een vochtpercentage heeft van 1,5 % tot 1,8 %. Bij anhydriet is dat 0,3%. De opwarming dient geleidelijk te verlopen. De watertemperatuur moet elke dag met ongeveer 5 graden Celsius worden verhoogd tot de maximale watertemperatuur van 40 graden Celsius is bereikt. Daarna moet de watertemperatuur geleidelijk met ongeveer 5 graden Celsius worden teruggebracht tot een kamertemperatuur van ongeveer 18 graden Celsius is bereikt. De parketteur moet voor aanvang van de legwerkzaamheden het vochtpercentage in de afwerkvloer opmeten. De vloer wordt alleen gelegd als dit percentage lager is dan de maximale waarde 1,8 %. Bij anhydriet is dit 0,3 %.

Als de parketvloer is gelijmd, maar nog niet is afgewerkt, wordt de consument gevraagd de verwarming gedurende 2 á 3 dagen in te stellen op een watertemperatuur van 35 graden Celsius. Vervolgens wordt de vloerverwarming laag gezet om de parketteur de gelegenheid te geven de vloer af te werken of houtdelen aan te brengen.

Na de oplevering van de parketvloer mag de temperatuur geleidelijk over een periode van ongeveer 10 dagen worden opgevoerd naar de maximale doorstroomtemperatuur.

Bij vloerverwarming moet altijd 2K PU- of MS-lijm worden gebruikt voor de onder- en boven vloer. De meeste houtsoorten zijn geschikt vloerverwarming. Als de vloer wordt verlijmd, dient deze echter een dikte van maximaal 20 mm en een maximale breedte van 30 cm te hebben. Hierbij wordt uitgegaan van duoplanken, meerlaagse vloer en niet van solo planken. Maple kan tot 70 cm breed worden verwerkt, vanwege de kans op krimpscheurtjes. Beuken kan niet gebruikt worden bij vloerverwarming.