Hoe moet je laminaat leggen

Hoe laminaat leggen

Gefeliciteerd, je hebt een mooie nieuwe laminaatvloer gekocht en nu wil je die zelf leggen. Natuurlijk heb je hier ook een passende ondervloer en afwerkplinten bij gekocht. Zo heb je alle materialen die je voor het leggen van de vloer nodig hebt. Hieronder leggen we stap voor stap uit hoe je te werk gaat.

Handig gereedschap om bij de hand te hebben: winkelhaak, potlood, duimstok, laminaatsnijder of decoupeerzaag, verstekbak of plintenknipper, afstandsblokjes, aanslagblok en eventueel een hielijzer.

De voorbereiding

  1. Zorg er voor dat je de pakken laminaat in de ruimte legt waar ook de vloer komt te liggen, want een laminaatvloer moet eerst acclimatiseren. Omdat laminaat voor een deel uit hout bestaat kan de vloer reageren (iets krimpen of uitzetten) bij wisselende temperatuur- en luchtvochtigheidsverschillen. Door het acclimatiseren in de ruimte verhelp je dit en komt de vloer er straks mooi in te liggen. Leg de pakken altijd op de grond en zet ze niet tegen een muur. Zo voorkom je kromtrekken.

Het leggen van de ondervloer

  1. Je begint natuurlijk met het leggen van de ondervloer. Die heb je altijd nodig bij het zwevend leggen van een (laminaat)vloer. Samen met een verkoper is bepaald welke ondervloer het beste bij jouw woonsituatie past. Hierbij wordt rekenschap gehouden met het egaliserend vermogen, vochtdichtheid, warmte isolatie of de mate van geluiddemping. Er zijn verschillende ondervloeren op rol, maar je kunt ook plaatmateriaal als ondervloer gebruiken.

Een ondervloer op rol: Zoals je deze los rolt, zo ligt deze ook goed. Dus met de folie laag naar beneden. De ondervloer strak op de dekvloer plaatsen en iets bij de zijkant omhoog, zodat optrekkend vocht op de begane grond geen kans krijgt het laminaat te beschadigen. Zorg ervoor dat de schuimlagen tegen elkaar aan komen te liggen, zodat de ondervloer een egaal en stabiel geheel wordt. Misschien is het handiger om de stroken zo hier en daar aan elkaar te tapen om het verschuiven ervan te voorkomen. Deze methode geldt ook voor de rubber ondervloer en alle andere ondervloeren op rol.

Een ondervloer bestaande uit plaatmateriaal: Dat kan een xps ondervloer of viltplaten zijn. Xps platen leg je plaat voor plaat, strak tegen de wand beginnen. De platen zijn gemakkelijk te snijden. Zorg dat de tweede en volgende rijen verspringend er tegenaan worden gelegd. Dat geeft een stabiele basis. Dus de naden vormen geen rechte rij. Ook hier kun je eventueel tape bij gebruiken. Deze legmethode geldt overigens ook voor de viltplaten. Ga je viltplaten op de begane grond gebruiken? Plaats dan eerst een vochtscherm. Zo zal de ondervloer en vloer niet worden aangetast door optrekkend vocht.

Het leggen van de eerste baan laminaat

  1. Nu de ondervloer ligt kun je met het leggen van het laminaat beginnen. Bedenk eerst wat de legrichting van de vloer wordt. Let hierbij op de vorm van de ruimte en lichtinval. Haal planken uit verschillende pakken. Als er eventueel een licht kleurverschil is dan zie je hier na het leggen niets meer van.

Begin altijd in de hoek, die het verst van de deur verwijdert is en leg de eerste rij planken. Plaats telkens afstandsblokje tussen laminaat en muur, zodat de vloer vrij van de wanden komt te liggen. De eerste rij planken leg je met de veer van het kliksysteem naar de muur. De laatste plank kun je met behulp van een decoupeerzaag of laminaatsnijder op maat maken. Een laminaatsnijder werkt het mooist en geeft geen stof.

(Tip: Om de lengte van de plank gemakkelijk te bepalen, draai je de plank om. Zo ligt de onderkant boven. Leg de plank tegen de muur, ook weer met de veer naar de muur en houd 1cm afstand van de andere haakse muur. Waar de planken elkaar overlappen, daar teken je de zaaglijn. Zaag de plank nu ook zo af, dus met de onderkant nog steeds naar boven.  Zo krijg je een mooiere zaagkant. Draai de plank om en leg deze.) De eerste rij is klaar.

De volgende rijen laminaat leggen

  1. Nu begin je met de tweede baan laminaat. Is je reststuk van de laatste plank langer dan 30cm dan kun je hier mee beginnen. Deze legmethode geeft een mooi natuurlijk wildverband (A) in de vloer. Wil je een strakkere uitstraling (B), begin dan in alle oneven rijen met een hele plank en de even banen met een halve plank. Dit geeft wel meer zaagverlies.A.B.

    Je klikt nu de plank in de 1ste plank van de vorige rij, vaak gaat dat in een hoek van 45 graden. Gebruik geen grof geweld. De plank klikt in het systeem. Zo ga je ook met de volgende planken te werk. Let erop dat je de kopse kanten strak tegen elkaar aanschuift anders ontstaan er naden. Lukt dit niet helemaal, gebruik dan een slagblokje en hamer om de planken licht tegen elkaar aan te tikken. En zo werk je rij voor rij af. (Laminaat dat voorzien is van een snelkliksysteem, te herkennen aan een blauw stripje, mag niet tegen elkaar aan geslagen worden. Dit doe je uitsluitend met de hand).

En nu de laatste rij laminaat

  1. Voor het leggen van de laatste rij moet er vaak gezaagd worden. De vloerdelen moeten smaller worden gemaakt. Om de maat te bepalen leg je de plank precies op de plank van de één na laatste rij. Daar boven op leg je weer een plank, maar deze leg je tegen de muur met een afstandsblokje ertussen. Nu teken je de rand op de plank die gezaagd moet worden. Zaag je plank af en schuif deze, eventueel met een hielijzer, schuin in het profiel.

Probleemoplossingen

Een ruimte is bijna nooit helemaal haaks. Er kunnen kromme muren zijn. Meestal kom je natuurlijk ook kozijnen en verwarmingsbuizen tegen. Om daar je laminaat mooi te leggen zijn er verschillende truckjes. Voor het bepalen van de vorm van kozijnen, deurposten en leidingen is een profielaftaster een handig hulpmiddel, maar vaak heb je deze niet bij de hand. We leggen je uit hoe je dit kunt oplossen.

Niet haakse muren: Leg de plank tegen de muur met behulp van afstandsblokjes. Nu meet je de grootste afstand tot de muur. Pak een recht klosje hout of een afvalstukje laminaat met een rechte kant. De opgemeten afstand teken je af op dit plankje. Hier boor je een gat waar een potlood in past. Ga met het blokje langs de muur en tegelijk teken je dit af op de plank. Zo zie je wat er van de plank afgezaagd moet worden.

Deurposten en kozijnen: Klik de plank in het systeem en druk deze tegen het kozijn of deurpost. Teken nu de uitsparing zo precies mogelijk over. Houd ook rekenschap met de 10mm vrije ruimte. Zaag alles uit met een decoupeerzaag en druk het vloerdeel op zijn plaats.

Leidingen: als de leidingen dwars door de plank heen lopen.

  • Als je hiervoor een gatenboor hebt, gebruik dan een zaag die in diameter rondom 10mm dikker is. Leg de kopse kant tegen de leidingen. (Leg de plank wel in het kliksysteem van de vorige plank). Teken het hart van de buis af op de plank. Nu plaats je de plank met dezelfde kopse kant tegen de muur naast de leiding. Zo bepaal je de afstand tussen de muur het de leidingen. Teken het hart van de leidingen ook af op de plank. Met een winkelhaak bepaal je nu waar deze lijnen samen komen. Daar boor je de twee gaten voor de leidingen. Nu zaag je hier recht door heen, om het om de leidingen te kunnen plaatsen. Gebruik een beetje houtlijm aan de kopse kanten van de zaagsneden om alles mooi te kunnen leggen.
  • Geen gatenboor bij de hand, dan moet dit met een decoupeerzaag gebeuren. Plaats de plank met de kopse kant tegen de muur naast de leidingen. Zo bepaal je de afstand. Teken het hart van de leidingen af op de plank. Zaag de plank hierdoor. Leg de plank nu in het kliksysteem tegen de leidingen en teken hier halve cirkels af voor de openingen voor de buizen. Doe dit ook bij het eindstukje. Zaag deze uit met de decoupeerzaag. Plaats de delen op de plek met houtlijm op de zaagkanten, zodat de delen mooi aan elkaar blijven zitten.

Afwerken van de vloer met plinten

Als de vloer geplaatst is kan het afwerken beginnen van de plinten. Wil je weten hoe dit moet gebeuren kijk dan hier voor informatie.

Deze week kunnen ook particulieren profiteren van onze groothandels prijzen ex. btw, i.c.m. ondervloer / 2 comp.-lijm en plinten