Loofhoutsoorten

Loofbomen

Loofhoutsoorten hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat zij bladeren bezitten. Dit in tegenstelling tot de naaldbomen. Loofbomen groeien over het algemeen op plaatsen waar een gematigd of zelfs een warm klimaat heerst. In bergachtige lagere gedeelten. De meeste loofbomen vinden we rond de evenaar in het tropisch regenwoud. Als je in gedachten vanaf de evenaar naar het noorden reist zie je een geleidelijke overgang naar naaldhout. Nederland zit precies in het overgangsgebied. Je ziet in ons land zowel naald- als loofbomen. Hoe verder je naar het noorden gaat hoe meer de naaldbomen de overhand krijgen. De loofbomen in de noordelijke gebieden hebben sterk te maken met groeiseizoenen. Bij de ringporige boomsoorten zien we daardoor in het hout een duidelijke vlamtekening. Bij de verspreidporige boomsoorten zien we in het hout een heel vage vlamtekening.

In dit hoofdstuk zullen we één tropisch loofhoutsoort, namelijk rode meranti, bespreken. Daarnaast worden ook tee niet-tropische loofhoutsoorten, namelijk eiken en beuken, besproken.

 

Niet-tropische loofhoutsoorten

De niet-tropische loofhoutsoorten groeien in de wat minder warme streken. We vinden deze houtsoorten op veel plaatsen. Zo komen ze in heel Europa voor. In het oostelijk gedeelte van Amerika treffen we ook veel niet-tropische loodhoutsoorten aan.

loofhouten

Loofhouten