Plinten

Bij alle lamelparket en houten vloeren  moet je aan de wanden en bij obstakels een zwelruimte overhouden. Dit is belangrijk omdat de vloer ruimte moet hebben om te werken.

het ziet er echter slordig uit als je de openingen tussen de vloer en de wand blijft zien. Daarom moet je deze openingen afwerken. Dit heet randafwerking.

 

Er zijn verschillende soorten plinten:

  • Plinten
  • laminaat plinten
  • Deklatten
  • Profielen

Plinten

In de meeste woningen zie je plinten langs de wanden. Plinten voorkomen dat de wanden worden beschadigd, bijvoorbeeld tijdens het stofzuigen. Daarnaast wordt de plint ook gebruikt om de openingen tussen de vloer en de wand af te dekken.

Er zijn verschillende soorten plinten op de markt. De meest gangbare zijn de volgende:

  • Klassieke rechte plint
  • Massieve overzetplint
  • Systeemplint

 

Klassieke rechte plint

Een klassieke rechte plint is aan de voorkant rond. Zo blijft er geen stof op liggen. Aan de onderkant achter heeft de plint een schuine kant. Je kunt de plint dan goed in de hoek trekken, ook als hij daar wat bobbelt of als er wat stuc zit.

De afmetingen van een klassieke rechte plint zijn meestal 60 mm x 15 mm. Er zijn veel siervarianten op de klassieke rechte plint.

Je moet een klassieke plint zowel inwendige als uitwendige hoeken in verstek zagen.

Je bevestigd de klassiek plint bij een houten vloer met 1”nageltje (verloren kop). Anders gebruik je schroeven.

Om geluidsoverdracht te beperken, moet je de plinten zwevend aanbrengen. Je mag de vloer dus niet  via de plint verbinden met de wand. Leg er bijvoorbeeld een luciferhoutje onder en doe dat later weg. Het hout kan zo beter werken.

plinten

plinten

Systeemplint

Een systeemplint wordt vaak gebruikt. De systeemplint heet ook wel fineerplint, omdat hij van houtfineer is gemaakt. Andere namen zijn: holle plint en overkap.

Helaas is de systeemplint niet verkrijgbaar in alle houtsoorten die in de parketbranche gangbaar zijn.

Je koopt de systeemplint kant-en-klaar. Je hoeft de plint dus niet zelf inwendig of uitwendig in verstek te zagen. Voor de uiteinden zijn eindstoppen verkrijgbaar.

De systeemplint mag je niet gebruiken om elektra of telefoonkabels weg te werken. Door het werken van de vloer zouden de kabels afgekneld kunnen worden en zou er kortsluiting kunnen ontstaan.

Je mag de plint wel gebruiken voor het wegwerken van coaxkabel en geluidssnoeren.

De onderplint kun je op  twee manieren vastzetten:

  • Met staalnagels ( schroeven met pluggen)
  • Met lijm
  • Daaroverheen breng je de overzetplint aan. Dit doe je met een sierschroefje of een verloren kopspijkertje. Je moet de plint zwevend aanbrengen op de vloer.

Probeer de las aan te brengen op een plaats waar de las niet opvalt. Zorg dat de las haaks en netjes wordt gemaakt.

Tegenwoordig worden sommige lassen ook wel in verstek gemaakt.

Als je een onderplint gaat aanbrengen, kun je een stukje board gebruiken. Het gebruik van een board voorkomt dat de onderplint tussen de vloer en de muur zakt.

Je kunt ook goed met board werken als je wat meer ruimte tussen de ondervloer en de systeemplint moet afdekken.

Massieve overzetplint 

De plint die over een onderplint wordt aangebracht heet overzetplint. De systeemplint is een holle overzetplint. Maar er zijn ook massieve overzetplinten

Massieve overzetplinten  zijn sterke plinten. Het zijn vuren plinten met een extra plint eroverheen. Ze hebben een groter afdekkend vermogen dan een klassieke rechte plint.

Nadelen:

  • Je mag er geen draden doorheen trekken.
  • Je moet de hoeken nog zelf in verstek zagen.

Je kunt de massieve overzetplint ( en de onderplint) op dezelfde manier aanbrengen als een systeemplint.