Houten ondervloeren De houten ondervloeren moeten gecontroleerd worden op: Losliggende delen: Losse delen moeten opnieuw vernageld of geschuurd worden. Kieren kunnen opgevuld worden met een neopreenstrip en daarna geëgaliseerd worden. In ieder geval dient spaanplaat over de losliggende delen gelegd te worden. Dit is mogelijk bij stroken van 16 tot 28 mm dikte met messing en groef. De leginrichting van het spaanplaat is altijd dwars ten opzichte van vuren dan wel grenenhouten delen. Hoogteverschillen tussen de delen: Een houtachtige tussenvloer met meer dan 6 mm hoogteverschil moet geëgaliseerd worden met een tussenvloer van minimaal 12 mm dikte (persing spaanplaat 650). Bij minder dan 6 mm hoogteverschil moet een tussenvloer van minimaal 8 mm dikte (persing 650) worden gebruikt. Plankenondervloer: Een plankenondervloer mag maximaal een hoogteverschil van 3 mm per 2m1 hebben. Ook de verluchting onder de vloer moet in orde zijn.

 Kraken van de ondervloer

 Het kraken van vloeren moet altijd verholpen worden, indien dit het gevolg is van een gebrekkige steunbalk. Dit is een taak van de aannemer. Het kraken van een vloer als gevolg van wrijving tussen de planken en de nagels kan vaak niet afdoende verholpen worden. Het is aanbevolen hierover te overleggen met de klant.

Kom naar de fabriek
Neem contact op met Bebo Parket